
Wie zei dat alle vliegvelden op elkaar lijken? Op Imam Khomeini International Airport in Teheran kun je je uren vergapen aan Perzische tapijten, beschilderde kamelenbot, cd’s van Richard Clayderman en met de hand ingelegde dingendoosjes. Ergerlijk alleen dat er altijd net een mafkees voor je aan de beurt is die een megagrote bestelling tapijten tracht te doen. Op het vliegveld. Goed, ook ik moet van de stapels vilten bankbiljetten af die per stuk twaalf cent waard zijn. Op de een of andere manier is elk vliegveld uitgerust met diamantwinkels, kledingzaken en tassenwinkels en zijn luchthavens nog de enige werelden waar Swatch nog hip is.
Willekeurig uitgestrooide mensen. Een mollige Italiaan met ongeschoren kin draagt een Marilyn Manson shirt. Backpackers met derde-wereld-proof schoeisel. De glamour van reizen gaat er zo wel af. Overal reizigers die tollen van de slaap en een weeïge lucht verspreiden van te veel koffie, bier of kantenklaarbroodjes. Op het vliegveld wordt de mens teruggeworpen op de basismens, die om wat voor reden dan ook een stuk handbagage met zich meezeult dat de gehele periode niet wordt aangebroken.
Achter ons trekt een man hysterisch aan zijn sigaret, hoewel dat niet mag. Aan de andere kant, de man zal heus zijn hand niet riskeren, misschien hooguit een passende straf als amputatie van één long ofzo.
De onbegrijpelijke plakkerigheid die samen gaat met reizen. In een vettige reiscocon proberen tot het bot verveelde mensen een houding te vinden op plastic kuipstoeltjes. Want in dit niemandsland zonder tijd, zonder daglicht, zonder besef in welk land je bent of in welke stad, laat staan welke bestemming je ook al weer had, hier is wachten de hoogmis. Om onduidelijke redenen is er geen comfort te vinden op het vliegveld. Geen zachte ligbedden, geen tweezitbanken of gezellige cafeetjes.
Wel Gucci-winkels zo ver het oog reikt, diverse gebedsruimtes, zonnebrillen, creditcardmaatschappijen, handgemaakte souvenirs en een onmenselijke hoeveelheid drank, sigaretten en chocolade.
Alles is weer vergeten als je uiteindelijk vliegt. Doorzetten, nog even doorbijten, maar nu gáán we tenminste. Alles is zo volstrekt gewoon. Behalve misschien het minutenlange decor van de slordig opgespoten slagroomslierten die de Alpen schijnen te zijn.
[restje tekst, gevonden in laptop, getikt in feb 2008]